Elke liefde telt – Roze zaterdag Amersfoort 2010

Afgelopen 26 juni kleurde Amersfoort roze: de jaarlijkse roze zaterdag werd dit jaar in de Keistad gehouden. De dag begon met een oecumenische viering. Deze vond plaats in een bomvolle Sint Joriskerk in het hartje van de stad. Het thema van de viering was ‘Elke liefde telt’, naar aanleiding van het gelijknamige boek van Boris Dittrich. In deze viering heb ik een overweging gehouden, aan de hand van een bijbellezing uit 1 Johannes. Waar religie vaak gebruikt wordt om te ontkennen dat elke liefde telt – door homoseksuele liefde categorisch buiten te sluiten – stel ik in deze overweging dat bij God elke liefde telt! Voor de tekst van de overweging, zie hieronder.

Inleiding op het thema van de viering

Elke liefde telt. Dat is de titel van het recente boek van Boris Dittrich. Maar uit zijn boek blijkt, dat in deze wereld lang niet elke liefde telt. Dittrich vertelt over zijn werk bij Human Right Watch, waar hij zich inzet voor de rechten van homo’s, lesbo’s, bi- en transseksuelen wereldwijd. In het boek lees je over een demonstratie voor homorechten in Moskou, die met harde hand uit elkaar wordt geslagen door de politie. Je leest over transseksuelen in Argentinië die alleen door prostitutie kunnen overleven en die continue worden opgejaagd door de politie. Je leest het verhaal van de Iraanse Makwan, die wordt opgehangen wegens verkrachting van jongens – zelfs zonder dat er sprake is van een aangifte. Wat nu: elke liefde telt? Wie je bent en van wie je houdt blijkt in deze wereld telkens weer reden tot discriminatie, tot haat, tot geweld, tot onrecht.

In het boek van Dittrich komt religie vooral negatief naar voren. Of hij nu schrijft over een oosters orthodoxe patriarch, de vertegenwoordigers van het Vaticaan, evangelicale christenen in Afrika: ze staan allemaal symbool voor homofobie en discriminatie gevoed door religie. In deze viering doen we hier niets aan af: velen van ons kennen immers die hardvochtige kanten van de godsdienst. Religie die je beknelt in plaats van ruimte geeft om op te leven. We doen er niets aan af, maar we zetten er wel wat naast. Elke liefde telt – dat vieren wij vanmorgen samen in deze kerk, voor Gods aangezicht. Het vertrouwen dat elke liefde telt wordt gevoed wanneer we lezen uit de Bijbel. Eeuwenoude woorden die ons zeggen dat bij God elke liefde telt.

Overweging naar aanleiding van 1 Johannes 4: 7-16

‘Elke liefde telt’, zo zeggen wij vanmorgen. En dat is een statement. Want wie het nieuws volgt en zijn ogen en oren open houdt, die weet dat in deze wereld lang niet elke liefde telt. Denk maar aan die jongens in Malawi: gearresteerd op het moment dat ze hun verloving vierden en tot veertien jaar cel veroordeeld. Hoewel ze kort daarna onder zware internationale druk werden vrijgelaten, moet je niet denken dat hun liefde nu weer telt. Integendeel: ze zijn uit elkaar, want een van de twee heeft zich onder druk van zijn familie tot hetero bekeerd. En die ander heeft natuurlijk geen leven meer nadat hij uitgebreid op TV is geweest in een land dat zo homofoob is als de paus. Geen leven hebben – dat geldt niet alleen voor homo’s in Malawi. In een brave Vinexwijk als Utrecht Terwijde is een homostel weggepest. Hetzelfde zou gebeurd zijn met twee vrouwen hier in de Amersfoortse wijk Kruiskamp. En de berichtenstroom over geweld tegen homo’s in onze eigen Gay Capital Amsterdam blijft maar aanhouden. In dat licht blijft het nodig om roze zaterdag te blijven vieren. In dat licht blijft een statement als vandaag nodig, ook al lijkt het misschien een open deur: Elke liefde telt.

Dat statement maken we vandaag in de kerk. En in de kerk, zo weten we weer na de hostie-rel van een paar maanden geleden, is het nog steeds géén open deur om te stellen: ‘Elke liefde telt’. De heilige hostie, het symbool van goddelijke liefde, kan je zomaar onthouden worden vanwege de aard van je liefde. Om dezelfde reden kun je als leraar ontslagen worden op de School met de Bijbel, of kun je je plek verliezen op de kandidatenlijst van een christelijke politieke partij. Binnen de godsdienst, en zeker ook binnen het christendom, is er telkens weer de neiging om te ontkennen dat elke liefde telt. De definitie van echte liefde die door de kerk, de Bijbel en door God geaccepteerd zou kunnen worden, wordt dan opgesloten binnen de normen van het heterohuwelijk. Alsof dat de enige vorm van liefde is die zou tellen.

De apostel Johannes, of wie dan ook de auteur mag zijn van de brief die we gelezen hebben, geeft een veel bredere definitie van liefde. Hij definieert de liefde niet door haar te normeren en te dwingen in een keurslijf, maar door haar kern, haar diepste wortel aan te wijzen. ‘De liefde komt uit God voort’, zo stelt hij, en ‘ieder die liefheeft is uit God geboren en kent God.’ Prachtige woorden, die ons lijken te zeggen dat inderdaad bij God elke liefde telt. Toch moeten we hier even een pauze inlassen. Want voordat we die mooie woorden van Johannes toepassen op onszelf als homo’s en lesbo’s, bi- en trans en heteroseksuelen en voordat we gaan roepen dat dus ook onze liefde telt, is er de vraag wat voor liefde de schrijver eigenlijk bedoelt. Anders dan het Nederlands, kent het Grieks drie verschillende woorden voor liefde. Er is de liefde als eros, de begerige liefde van de erotiek. Er is de liefde als philia, die verwijst naar een diepe vriendschappelijke band. En er is de liefde als agape, de onuitputtelijke en zuivere liefde die haar bron heeft in God. Johannes schrijft over deze laatste vorm, de goddelijke liefde. Sterker nog: God en de agape vallen bij hem samen: ‘Niemand heeft ooit God gezien, maar als we elkaar liefhebben blijft God in ons.’ Hieruit blijkt al, dat de liefde van God en de liefde tussen mensen in de agape nauw verbonden zijn. Johannes past dat toe op de vroegchristelijke gemeenschap waaraan hij schrijft. Daar is verdeeldheid ontstaan, en om die te boven te komen zegt hij tot drie keer toe: ‘Broeders en zusters, laten wij elkaar liefhebben’. Het gaat de schrijver dus om de liefde tussen christenen onderling. Die liefde wordt gevoed door, en is opgenomen in, de stroom van goddelijke liefde. Toch denk ik dat je dit breder mag trekken: niet alleen de liefde binnen de christelijke gemeenschap, maar alle menselijke liefde is, in christelijk perspectief, uitdrukking en onderdeel van de agape die haar bron vind in God. Om die reden komt de eros in het Nieuwe Testament überhaupt niet voor. Niet omdat de erotiek ontkend wordt, maar omdat deze niet langer op zichzelf staat. Laat ik de paus eens een keer met instemming citeren, als hij over de eros zegt: ‘liefde [in de zin van de algemeen menselijke liefdeservaring] heeft ergens iets met het Goddelijke te maken; liefde belooft oneindigheid, eeuwigheid – het grotere en geheel andere tegenover het alledaagse van ons bestaan.’[1] Op die manier wordt ons een weg gewezen om de beleving van onze seksualiteit en onze spiritualiteit bij elkaar te brengen. Het zijn geen gescheiden werelden, integendeel. Dat kan het wel worden, bijvoorbeeld wanneer je een godsbeeld meekrijgt dat geen ruimte laat voor het genieten van de gave van je homo/seksualiteit. Het verzoenen van die twee werelden kan een lange weg zijn en kan veel moeite kosten. Maar tegelijk, zo bleek ook uit de gesprekken in onze voorbereidingsgroep, kan die moeilijke weg je zoveel rijkdom brengen: je leert God kennen als de bron van liefde, en je leert seksualiteit zien als gave van God, als uitdrukking van de goddelijke liefde. Anselm Grün verwoordt het prachtig als hij zegt: ‘Wanneer we iemand werkelijk liefhebben, dan ervaren we daarin als diepte van deze liefde ook de liefde van God.’[2]

De liefde waarover Johannes schrijft is voor hem allereerst een gave van Gods kant. Want, zo zegt hij, God is liefde en dat is nergens meer duidelijk geworden dan in het leven en het sterven van Jezus. Inderdaad, Johannes gebruikt daarbij grote woorden: over God die zijn enige zoon heeft gezonden tot verzoening voor onze zonden. Je haakt er misschien op af vanwege hun ouderwetse en dogmatische klank. Maar ik denk dat ze raken aan de kern van de zaak: dat de liefde haar oorsprong vindt in God die mensen liefheeft, en dat het spel van onze liefde – ook van ons verlangen, van onze erotiek en intimiteit – eigenlijk een antwoord daarop is. Zoals Johannes schrijft: Als God ons zo heeft liefgehad, moeten we – en kunnen we – ook een ander werkelijk liefhebben. Dat is uiteindelijk de grond om te stellen: elke liefde telt! ‘Want alle liefde komt uit God voort, en ieder die liefheeft is uit God geboren.’ Wanneer homoseksuele liefde categorisch wordt buitengesloten, wanneer homostellen worden weggepest, wanneer homo’s en lesbo’s de hostie wordt geweigerd vanwege de aard van hun liefde, dan is dat dus niet alleen een miskenning van mensen maar uiteindelijk ook een miskenning van God. Want de reikwijdte van Gods liefde wordt beperkt, en de vruchten van Gods liefde worden ontkend. Maar vanmorgen is dat even niet onze zorg. Vandaag vieren we dat elke liefde telt. Dat onze liefde telt. Bij God, en daarom hopelijk ook eens volledig en voorgoed onder mensen. En zo niet, dan toch: wij vieren feest en hebben lief. Want wie in de liefde blijft, zo zegt Johannes, die blijft in God en God blijft in hem, en in haar, en in ons allemaal. Dat het zo mag zijn.


[1] Benedictus XVI, Deus Caritas Est (encycliek), 25 december 2005, no. 5.

[2] Anselm Grun, Boek met antwoorden, Lannoo/Ten Have 2008, p. 30.

Advertisements

Leave a comment

Filed under Uncategorized

Comments are closed.