Een kleine theologie van compassie

Een theologie van compassie: het lichaam van Christus heeft AIDS
Verschenen in AdRem (Remonstrants Maandblad), jg. 22, nr. 13 (april 2011), p. 10-11
Dertig jaar geleden werd HIV, het virus dat AIDS veroorzaakt, ontdekt. Sindsdien zijn zo’n 60 miljoen mensen met het virus besmet en zijn ongeveer 25 miljoen mensen overleden. De AIDS-epidemie heeft een ongekende omvang aangenomen, en nog elke dag raken veelal jonge mensen, waaronder talloze baby’s, besmet. Alle onderzoek ten spijt is er nog geen remedie gevonden, alleen medicijnen die de ziekte kunnen remmen. Maar in Afrika, het meest getroffen continent ter wereld, zijn die aidsremmers vaak maar moeilijk verkrijgbaar.

De AIDS-epidemie vormt een uitdaging,niet alleen voor de medische wereld, maar ook voor de kerk en de theologie. Iemand die niet moe wordt om dit te betogen is de Afrikaanse theoloog Musa Dube. In het openingshoofdstuk van haar boek The HIV and AIDS Bible zet ze uiteen hoe zij, als een in Amerika gepromoveerde bijbelwetenschapper, haar baan aan de Universiteit van Botswana opgeeft om zich te storten in een onbekend avontuur: een baan als theologisch consulent voor HIV en AIDS in Afrika, in dienst bij de Wereldraad van Kerken. ‘Terwijl ik mijn studenten lesgaf over de synoptische evangeliën, begon ik me af te vragen waarom ik sprak over redactiekritiek en de historische Jezus. Ik vroeg me af waarom ik de belangrijke thema’s in het evangelie en in mijn eigen context links liet liggen: ziekte en heling. De vraag die studenten mij altijd stelden, drong zich nu ook aan mij op: als Jezus zoveel genezen heeft, kan hij dan ook niet ons genezen van HIV en AIDS in ons land, in onze wereld?’ Deze thematiek heeft haar niet meer losgelaten. In talloze publicaties heeft Dube geprobeerd theologische antwoorden te formuleren op de moeilijke vragen die de AIDS-epidemie met zich meebrengt: het probleem van stigmatisering en discriminatie, van ziekte, lijden en sterven, kwesties als armoede en de kwetsbaarheid van vrouwen, de rol van de kerk, en de vraag naar de aanwezigheid van God. In haar werk voor de Wereldraad heeft Dube met grote inzet geprobeerd om theologiestudenten en kerkleiders bewust te maken van de problematiek en hen toe te rusten om een verschil te maken in hun eigen gemeenschap.

Theologisch antwoord
In dit artikel gaat het over het theologische antwoord dat Dube geeft op de AIDS-epidemie, en over de vragen die ze daarmee ook aan ons stelt. In haar visie vraagt het probleem van AIDS in Afrika om een ‘theologie van compassie’. Centraal in deze theologie staat de metafoor van de kerk als lichaam van Christus. Volgens Dube is het lichaam van Christus vandaag de dag HIV-positief en lijdt het aan AIDS. Dit stelt ze op basis van 1 Korinthe 12,26, waar Paulus schrijft over de kerk als lichaam van Christus en zegt dat wanneer één lid van dat lichaam lijdt, alle leden meelijden. In haar parafrase van deze tekst stelt Dube: ‘Als een lid van de kerk geïnfecteerd is met HIV, kan de kerk zich niet afzonderen. Als een lid van de kerk lijdt aan AIDS, dan gaat dit lijden ook de kerk aan. Als de kerk werkelijk lichaam van Christus is moet ze, net zoals Jezus Christus zelf, zich identificeren met degenen die lijden. Met andere woorden: de kerk moet vandaag de dag stellen dat ze lijdt aan AIDS.’ Op basis hiervan geeft Dube forse kritiek op de gangbare praktijk binnen kerken, waar mensen met AIDS vaak worden gestigmatiseerd, soms zelfs worden uitgesloten van het avondmaal en van de gemeenschap. Telkens weer worden zij geassocieerd met seksuele immoraliteit terwijl, zo zegt Dube, we al lang weten dat HIV en AIDS weinig te maken hebben met moraal maar vooral met armoede, ongelijkheid, wereldwijde onrechtvaardigheid. Waarom anders zou juist het armste continent ter wereld het zwaarst getroffen zijn? Binnen het lichaam van Christus met AIDS wordt er geen onderscheid gemaakt tussen mensen met en zonder HIV. Weliswaar is niet iedereen infected with maar wél affected by het virus: mensen ontdekken dat ze allemaal getroffen zijn, direct of indirect. Zo wordt het lichaam van Christus gekenmerkt door compassie: een praktijk van medeleven, van solidariteit, van delen in elkaars lijden en hoop. Als kerken in Afrika zulke gemeenschappen vormen, zo betoogt Dube, kunnen ze werkelijk iets betekenen in de huidige situatie.
Zoeken naar verandering
Dube ondersteept dat compassie totaal iets anders is dan liefdadigheid. Echte compassie beweegt mensen tot het actief zoeken naar verandering, het beëindigen van pijn en lijden. In die zin leidt het zelfs tot revolutie: ‘Ik definieer compassie als revolutionair omdat compassie rechtvaardigheid-zoekend is: het richt zich niet slechts op de symptomen van lijden, maar op de wortels.’ En die wortels, zo bleek al, liggen volgens Dube in problemen als armoede, gender-ongelijkheid, etnische conflicten en ongelijke economische structuren. Voor haar heeft AIDS in Afrika alles te maken met de sociale, politieke en economische machtsrelaties in onze globaliserende wereld: ‘Het is een gevolg van de koloniale politiek van het verleden, en van de huidige internationale verhoudingen.’ Met deze analyse stelt Dube ook kritische vragen aan het Westen die de wereldwijde structuren van onrecht mede in stand zou houden, niet op z’n minst uit eigenbelang. Ze wijst erop dat christenen en kerken in het Westen hun politieke en economische invloed moeten aanwenden om ook op dit niveau verandering te bewerken. Voor haar is dit onderdeel van de compassie binnen het lichaam van Christus met AIDS.
‘Lijden met’
De metafoor van de kerk als het lichaam van Christus met AIDS wordt door Dube dus niet alleen gebruikt met betrekking tot kerken in Afrika, maar wordt toegepast op kerken over de hele wereld. ‘Hoewel tweederde deel van de mensen met HIV in Afrika leven en behoren tot Afrikaanse kerken, onze eenheid in Christus betekent dat dit niet alleen de pijn van de Afrikaanse kerk is, maar van de wereldwijde kerk. Compassie leidt er toe dat de wereldwijde christelijke kerk een houding zal aannemen van “lijden met” in plaats van “wij en zij”, en zo zich de AIDS epidemie zal toe-eigenen als zijnde haar eigen pijn, haar eigen probleem. Dit is fundamenteel voor het kerk-zijn vandaag in onze wereld, want 1 Korinthe stelt dat als één lid van het lichaam lijdt, alle leden meelijden.’ Het is de hoop van Dube dat kerken over de hele wereld de handen ineen slaan, zich solidair verklaren met zusterkerken in Afrika en een lichaam vormen van radicale compassie. Voor Dube is dit het antwoord op die vraag: kan Jezus ons vandaag niet genezen van HIV en AIDS? Want Jezus brengt heling door middel van zijn lichaam, de kerk die zich identificeert met mensen getroffen door HIV en AIDS. Wanneer die kerk een gemeenschap vormt, lokaal en wereldwijd, waar compassie wordt geoefend, waar solidariteit handen en voeten krijgt, waar gezocht wordt naar bevrijding en gerechtigheid in het licht van de AIDS crisis, dan stelt de kerk Jezus Christus present in deze wereld. En wanneer ze dat niet doet, zegt Dube met een verwijzing naar Mattheus 25, dan zal Jezus verschijnen aan de kerk en zeggen: ‘Ik had AIDS, maar jullie hebben niet naar mij omgezien’.
Dit artikel werd geschreven op basis van:
Musa Dube, The HIV and AIDS Bible: Selected Essays, Chicago: University of Scranton Press 2008.
Musa Dube, A Theology of Compassion in the HIV and AIDS Era, Geneva: World Council of Churches 2007.
Advertisements

Leave a comment

Filed under Uncategorized

Comments are closed.