Gay Pride Kerkdienst 2011

Op 7 augustus 2011 vond er in de Keizersgrachtkerk te Amsterdam een prachtige kerkdienst plaats ter gelegenheid van de Gay Pride. Deze kerkdienst was georganiseerd door de Protestantse Kerk Amsterdam en het Landelijk KoördinatiePunt van groepen rond kerk en homoseksualiteit (LKP). Voorgangers in deze viering waren ds. Abeltje Hoogenkamp, ds. Hantie Kotzé en ik zelf. Heel mooie muziek werd verzorgt door Leonie Jansen en Izaline Calister, met onder andere het ontroerende Omhels me dan.
Het thema van de viering was ontleend aan het thema van de Gay Pride: ‘All Together Now’. De schriftlezing, die verzorgd werd door minister Marja van Bijsterveldt, kwam uit het bijbelboek Handelingen, hoofdstuk 2: 1-18. Naar aanleiding van dit gedeelte heb ik in de dienst de volgende overweging gehouden.

Iedereen spreekt mee van Gods daden

 Overweging n.a.v. Handelingen 2: 1-18 | Gay Pride viering 7 augustus 2011

 ‘They were all together in one place.’ Het klinkt bijna als het thema van de Gay Pride, maar het is de openingszin van het verhaal dat zojuist is gelezen. Het ‘all together’ slaat hier op de leerlingen van Jezus. In het vorige hoofdstuk van het bijbelboek Handelingen kun je lezen hoe Jezus na zijn opstanding afscheid van hen heeft genomen. De leerlingen gaan terug naar Jeruzalem. ‘Vurig en eensgezind wijdden ze zich aan het gebed.’ Je ziet het zo voor je: de elf discipelen, een onbekend aantal vrouwen, waaronder Maria de moeder van Jezus, en de broers van Jezus, troost zoekend bij elkaar, biddend in een kring. Op de dag van het joodse Pinksterfeest zitten ze nog steeds (of weer) bij elkaar. ‘All together’, staat er, maar feitelijk was het een klein gezelschap van intimi, verbonden in hun herinnering aan Jezus. Tja, ook in een kleine kring kun je ‘all together’ zijn. Net als wanneer je alle christelijke homo’s op een heilig bootje zet: heel knus en gezellig. All together, maar in een klein groepje.

Toch is dat bij die leerlingen van Jezus blijkbaar niet de bedoeling. Want terwijl ze zo samen zijn ontstaat er reuring, niet van de straat maar uit de hemel. Het staat er allemaal kort en bondig maar het klinkt spectaculair: een sterke windvlaag uit de hemel die het hele huis vervult, vuurtongen die zich op de hoofden van de aanwezigen zetten. En alle aanwezigen, zo schrijft Lukas, ‘werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven.’  Het kleine kringetje waarin ze all together zijn wordt opengebroken door een frisse wind. Want dat is wat die heilige Geest die hier genoemd wordt doet: waaien als de wind, soms zachtjes suizend om mensen te inspireren, soms wervelend als een storm om mensen in beweging te krijgen. In de kerk noemen we haar ‘heilige Geest’ of ‘Adem van God’. In het gewone leven spreken we over ‘inspiratie’ en ‘geestkracht’. Ze is als het ware de energie van Gods aanwezigheid in en onder mensen. In dit verhaal waait die Geest naar binnen en breekt de kring van leerlingen open. En spontaan gaan ze in andere talen spreken.

Grappig: het Griekse woord voor ‘anders’ is heteros. Oftewel: die leerlingen van Jezus worden hetero gemaakt. Ik bedoel niet dat hun seksuele voorkeur veranderd werd, want ik geloof nooit dat de goddelijke Geest druk is met homogenezing. ‘Hetero’ betekent hier dat hun gerichtheid op elkaar en op het eigen kringetje wordt verlegd naar dat wat anders is, niet vertrouwd, oftewel queer. Het Engelse woord ‘queer’ wordt vaak gebruikt als verzamelnaam voor LHBT’s, iedereen die afwijkt van de heteroseksuele norm. Maar er is nog een andere betekenis. Dan staat ‘queer’ voor een manier van denken – over mensen, hun seksualiteit en identiteit – die zich niet laat inkaderen maar telkens ‘out of the box’ durft te gaan en inclusief probeert te zijn. Want steeds weer zie je dat mensen identiteit creëren om anderen buiten te sluiten. Een christelijke identiteit om homoseksuelen buiten te sluiten; een homo-identiteit om biseksuelen en transgenders uit te zonderen; een Nederlandse joods-christelijke identiteit die gekenmerkt zou worden door homo-tolerantie maar die vooral gebruikt wordt om andere minderheden uit te sluiten. Het ‘all together now’ is hier ver te zoeken. “Queer” betekent dat je kritisch staat tegenover alle hokjes en vakjes die we gebruiken om onszelf te identificeren, dat je de grenzen bevraagt en zoekt naar degene die er buiten valt. Uiteindelijk doe je dat omdat je gelooft dat God zich niet op laat sluiten in onze kaders; God is telkens weer anders dan wij denken en houdt zich op onder andere mensen dan wij zouden vermoeden.

Zo zet Gods Geest in dit verhaal de leerlingen van Jezus in beweging. Ze gaan andere talen spreken. En met succes. Want, zo lezen we: er zijn mensen in de stad afkomstig van over heel de aarde. Als zij afkomen op het gebeuren horen zij de leerlingen allemaal in hun eigen taal praten. Verbaasd roepen ze uit: ‘Het zijn toch allemaal Galileeërs die daar spreken? Hoe kan het dan dat wij hen in onze moedertaal horen?’ Het mag duidelijk zijn: Gods Geest trekt hier de kring van Jezus’ leerlingen wijder en breekt hun beslotenheid open. Mensen van allerlei afkomst verstaan ineens de boodschap van een stel vissers uit Galilea; de barrière van taal vervalt, de grenzen van cultuur en etniciteit spelen geen rol meer.

Je vraagt je misschien af waar die leerlingen dan over spraken. Het opvallende is dat dit niet vermeld wordt. Alle nadruk ligt op het feit dat iedereen het kon horen. Maar wat ze dan hoorden? De tekst geeft wel een indicatie: de omstanders zeggen dat ze de discipelen horen spreken ‘over Gods grote daden’. Maar wat zijn dat? Als het in het Oude Testament gaat over de grote daden van God, gaat het over het optreden van God ten gunste van mensen, zoals de bevrijding van Israel uit slavernij.[1] Als de discipelen het op deze pinksterdag over Gods daden hebben, ligt het voor de hand dat ze spreken over de opstanding van Jezus.[2] Dat is immers ook een bevrijdend handelen van God: het leven van Jezus en zijn missie van het Rijk van God voor alle mensen leek doodgelopen, maar wordt door God juist bevestigd.

De tekst zelf geeft dus niet direct antwoord op de vraag over welke goddelijke daden er gesproken wordt. Ik zou zeggen dat het verhaal daarmee ruimte schept. Ruimte aan de omstanders toen: zij hoorden ineens in hun eigen taal over die daden van God. ‘Horen’ betekent niet alleen het letterlijke verstaan, maar het werkelijk ontvangen en beantwoorden van die woorden.[3] Dat antwoord mochten ze dus ook geven in hun eigen taal, vanuit hun eigen afkomst en identiteit. Eenzelfde ruimte is er voor ons vandaag. Wij worden aangesproken in onze eigen taal en horen hoe mensen Gods aanwezigheid hebben ervaren. We kunnen die woorden naast ons eigen leven leggen. We worden uitgenodigd om antwoord te geven vanuit onze eigen ervaringen. En dan blijkt dat wij kunnen meepraten over opstanding en bevrijdende goddelijke aanwezigheid in ons leven. En als iemand dat niet kan, omdat God eerder de afwezige lijkt dan degene die grote daden doet, dan mag dat ook worden gezegd, zo blijkt bijvoorbeeld uit de Psalmen. Bij God zijn er geen hokjes en vakjes: iedereen wordt aangesproken, iedereen mag antwoord geven; alle stemmen worden gehoord.

Eigenlijk ben ik wel benieuwd naar de verhalen die komen wanneer we ons in deze ruimte begeven. Welk verhaal zou jij willen delen? Zelf zou ik vertellen over mijn huwelijk een paar maanden geleden; over die prachtige viering in een kerk vol met mensen die allemaal hun eigen gedachten hebben bij het “homohuwelijk” maar die vol vreugde om ons heen stonden. Tien jaar geleden had ik me dit niet voor kunnen stellen. Toen zat ik nog te tobben met mijn coming-out: hoe doe je dat, geloof en seksualiteit bij elkaar brengen? Voor velen van jullie herkenbaar, en sommigen zitten er misschien nog midden in. Ook tijdens die worsteling kun je God trouwens ervaren: wellicht niet door grote daden, maar door een stille aanwezigheid. Anderen hebben die fase al lang achter zich gelaten, of hebben hem zelfs nooit gekend. Maar ook dan heb je een verhaal, ben je iemand met een eigen taal – en in die taal mag je horen en antwoord geven, je verhaal doen. Bevrijding, opstanding – dat zijn de daden van God in het verleden. Wat zou het mooi zijn als we met elkaar konden delen hoe ieder van ons dit verstaat in zijn of haar leven, in relatie tot onze seksualiteit, het verlangen naar intimiteit, het vallen-en-opstaan van onze relaties. Als we daarover gaan spreken wordt de Gay Pride een nieuw Pinksteren.

Wanneer we onze verhalen inderdaad gaan vertellen, dan kun je natuurlijk de reacties al voorstellen. Alleen het bericht over deze kerkdienst leidde van de week al tot een stroom van reacties vol afkeer op Kerknieuws.nl. Daar in Jeruzalem, toen de leerlingen enthousiast spraken over de daden van God, reageerden de omstanders met verbijstering. Sommigen zeiden: ‘Ze zullen wel dronken zijn.’ De apostel Petrus haakt hier meteen op in. Deze mensen zijn niet dronken, zegt hij. Wat hier gebeurt is de vervulling van een oude profetie. Petrus citeert de profeet Joel die zegt: ‘Aan het einde der tijden, zegt God, zal ik over alle mensen mijn geest uitgieten. Dan zullen jullie zonen en dochters profeteren, jongeren zullen visioenen zien en oude mensen droomgezichten.’ Joel stelt hier dat iedereen mee mag praten over Gods daden: jong en oud, mannen en vrouwen, slaven en slavinnen. Als de Geest over hen komt mogen ze mee praten en mee dromen over Gods aanwezigheid in hun leven, in deze wereld. Petrus past die profetenwoorden toe op het gebeuren in Jeruzalem. Dat is geen dronkenschap maar de vervulling van een oude belofte. De Geest van God komt over alle mensen. Vandaag trekken wij de lijn door naar Amsterdam. Wij vieren vandaag dat de Geest van God zich nog veel breder uitstort dan Petrus ooit had kunnen vermoeden (laat staan zijn zgn. opvolger op aarde): over lesbo’s en transgenders, homo’s en biseksuelen, zelfs over hetero’s; over iedereen die in andere talen durft te spreken.

Misschien wordt het een spraakverwarring, al die talen en verhalen door elkaar. Maar in Jeruzalem was er een Geest die mensen elkaar deed verstaan. Laten we hopen, laten we geloven, dat die Geest ook over ons zal komen. Dat we elkaar verstaan over politieke tegenstellingen heen, dat we elkaar verstaan over de grenzen van kerken en religies, dat we elkaar verstaan buiten de hokjes en vakjes van onze seksualiteit en identiteit. Want God laat zich niet opsluiten in onze kaders. En de Geest geeft ons de droom van All Together Now: een bevrijde, tot haar recht gekomen wereld waarin we werkelijk ‘all together’ zijn. Daarvoor moeten we allemaal onze grenzen over, queer worden, en open staan voor wie anders is dan wijzelf. Daar heb je heldenmoed voor nodig. Daar heb je Pinkstergloed voor nodig.[4] Daarom bidden we een eeuwenoud gebed: Veni Creator Spiritus. In gewoon Nederlands: Come Holy Spirit Now.


[1] Bijv. Deut. 11:2; Joel 2:21; Jezus Sirach 50:22.

[2] Zie ook Hand. 1:22 waar Petrus de nieuwe taak van de discipelen omschrijft als het getuigen van Jezus’ opstanding.

[3] Zie bijv. Lukas 8:15, 11:28, 14:35.

[4] Liedboek voor de Kerken, Gezang 242: 1.

Advertisements

Leave a comment

Filed under Uncategorized

Comments are closed.